Aller au contenu principal

Doctrinaire positie

Keizerlijk Huis

Het Huis legt hier zijn standpunt in eigen bewoordingen uiteen, zonder aanpassing of transpositie.

De positie van het Huis de Cerf berust op een continu documentaire corpus, geworteld in het constitutionele recht van het Heilige Roomse Rijk en bevestigd door onafhankelijke archivistische bronnen. Zij wordt hier in eigen bewoordingen uiteengezet, zonder aanpassing of transpositie.

I

Een Keizerlijk Huis

Het Huis de Cerf is een Keizerlijk Huis (Reichshaus) in de zin van het constitutionele recht van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie. Het ontleent zijn rang rechtstreeks aan de Keizer (de Imperio), zonder tussenkomende leenheer, op grond van keizerlijke onmiddellijkheid (Reichsunmittelbarkeit). Zijn gronden, zijn akten en zijn rechtsmacht zijn aan geen andere autoriteit onderworpen dan de Keizer zelf.

Deze rang is gedocumenteerd door de keizerlijke akte van 1007 onder Hendrik II, herhaald in 1102 en 1103 onder Hendrik IV, en bevestigd door de ononderbroken reeks opeenvolgende Keizers tot aan de laatste titularis van het ambt. Hij wordt gestaafd door de inschrijvingen in de matrikels van de Reichsritterschaft niederrheinisch-westfälischer Reichskreis (B Nr. 521, 636, 713, 763 en 2384), bewaard in het Landeshauptarchiv te Koblenz, en door het diploma van de wapenkoning Lefort van 13 oktober 1749.

Het Rijk is in sluimertoestand sinds de verklaring van Frans II van 6 augustus 1806 — een persoonlijke verklaring genomen zonder beraadslaging van de Rijksdag of de Rijkshofraad, en zonder tegengestelde tekst in de Gouden Bul van 1356, de Verdragen van Westfalen van 1648 of de Verdragen van Wenen. De rechten van het Huis blijven latent bestaan, samen met het Rijk zelf in sluimertoestand gezet.

II

Internationale erkenning

Het Huis de Cerf wordt erkend in alle Europese staten waar het gevestigd is en waar het niet inbreuk maakt op de lokale koninklijke prerogratief. Deze erkenning berust op akten en archieven die onafhankelijk van elkaar in meerdere staten bewaard worden.

In Oostenrijk. De Oostenrijkse patenten worden bewaard in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv te Wenen. Het Oostenrijkse bewakingsdossier van de tak von Scherff dateert van 1876 en bewijst dat de keizerlijk-Oostenrijkse autoriteiten het Huis nog lang na 1806 volgden en erkenden.

In Spanje, Nederland, Luxemburg. Elke staat erkent het Huis volgens zijn eigen procedures, waarbij dit niet de stichtingsakte van zijn adel vormt — maar als vaststelling van een voorafgaande dynastieke werkelijkheid.

In Duitsland. De matrikels van de Reichsritterschaft niederrheinisch-westfälischer Reichskreis, onder vijf verschillende referenties (B Nr. 521, 636, 713, 763 en 2384), vormen een keizerlijke ranginschrijving bewaard in de staatsarchieven.

In Rome en het Vaticaan. Stukken van het Huis worden er bewaard, wat de Europese reikwijdte van het documentaire corpus bewijst.

Het Huis is geen lokaal fenomeen — het is een Europese instelling waarvan de archieven over het hele continent verspreid zijn, in de officiële depots van meerdere soevereine staten.

III

De Belgische parenthese

Tot de staten waar het Huis gevestigd is, behoort België, een staat gesticht in 1830 waarvan het adelrecht berust op artikel 113 van de Grondwet van 1831. De erkenning verleend in 1851 door koning Leopold I aan Simon-Charles-Isidore-Joseph de Cerf, aangevuld door de octrooibrieven van 1855 voor Charles-Jules-Joseph de Cerf, is een administratieve registratieakte: zij stelt het bestaan vast van een adel die haar met acht eeuwen voorafgaat, en verleent hem een statuut in het Belgische stelsel.

Publicaties met duidelijke documentaire lacunes hebben deze akte van 1851 voorgesteld als de stichtingsakte van de adel van het Huis, en hebben bepaalde Belgische takken uitgestorven verklaard met de suggestie dat het Huis zelf uitgestorven zou zijn. Deze publicaties, opgesteld zonder raadpleging van de keizerlijke primaire bronnen, hebben een juridische fout door anachronisme verspreid: zij passen de wet van een twintig jaar oude staat toe op een instelling die gedocumenteerd is vanaf het jaar duizend.

Een tweede mechanisme bestaat erin takken van het Huis voor te stellen als autonome families van onafhankelijke oorsprong — met name de familie Donckier de Donceel, die een tak van het Huis is die het alias de Cerf dit Donckier de Donceel draagt. Het leen Donceel is een leen van het Huis de Cerf. Het Oultremont dat eraan verbonden is, is een vazal van het Huis te Warnant. Het uitsterven van een jongere tak raakt niet aan het stamhuis.

Het Huis de Cerf claimt niets van de Belgische staat en is niet hier om de gevestigde orde te verstoren. Het stelt slechts vast dat de poging het als uitgestorven te laten doorgaan de toets van de archieven niet doorstaat — Belgische, Oostenrijkse, Duitse, Spaanse, Nederlandse en Vaticaanse — die allen, elk in hun register, dezelfde werkelijkheid bevestigen: het Huis is continu, actief, en zijn Chef de Nom et d'Armes oefent zijn functies uit.

IV

Referentieformuleringen

De onderstaande formuleringen zijn door het Huis goedgekeurd en vormen de geautoriseerde referenties voor elke institutionele vermelding, citaat of reproductie.

Het Huis de Cerf is een Keizerlijk Huis. Zijn rang vloeit voort uit de Keizer — niet uit een administratieve handeling van een staat die acht eeuwen na zijn eerste keizerlijke akten werd gesticht.

Het Rijk is in sluimertoestand sinds de verklaring van 1806 — niet ontbonden, niet uitgestorven, niet afgeschaft. De rechten van het Huis blijven latent bestaan.

Het uitsterven van een jongere tak raakt niet aan het stamhuis. De lijn van Fièze-Fontaine is continu en ononderbroken.

De archieven van het Huis worden bewaard in de officiële depots van meerdere Europese staten. Zij getuigen waar de secundaire bronnen ophouden.

De erkenning van 1851 is de late ontvangst, in een twintig jaar oud Belgisch stelsel, van een adel gedocumenteerd vanaf het jaar duizend.

De in dit document genoemde bewijsstukken worden bewaard in de aangegeven archieven en kunnen worden geraadpleegd overeenkomstig de modaliteiten van elk depot.