Het Huis van Cerf vindt zijn oorsprong in de hoge Karolingische adel, in een ruimte die toen de huidige Elzas, de Boven-Rijn en Austrasië omvatte — geen eenheidsgebied, maar het eigenlijke hart van het West-Romeinse Rijk. De genealogische akten bevestigen dat Gerold de Oudere van Vinzgau, graaf wiens dochter Hildegard in 771 de tweede echtgenote van Karel de Grote werd, twee zonen had: Gerold I, door Karel de Grote tot Prefect van Beieren verheven en in 799 gesneuveld in de strijd tegen de Avaren, en Gerold II van Vinzgau, genaamd Gerdus, genaamd Cervus de Austrasiër, zijn jongere broer.
De dynastieke overlevering bewaart het verhaal van zijn vestiging: op eigen grafelijk gezag vestigde Gerold II zich in het Austrasische Rijn-Maasgebied — een land dat vandaag delen van Duitsland, België, Luxemburg, Nederland en het noordoosten van Frankrijk omvat —, en stichtte er een nieuw, onafhankelijk huis. Hij droeg op zijn helm hertengeweien; dit teken bezorgde hem de naam Cervus, de Hert, overgeleverd aan zijn huis en, naargelang de eeuwen en de streken, bewaard in drie talen: Cervus/de Cervo in het Latijn, de Cerf in het Waals-Romaans, von Scherff/de Scherffs in het Rijn-Germaans — drie uitdrukkingen van een en dezelfde dynastieke werkelijkheid, naar het beeld van Lotharingen zelf, land van verbinding tussen de Romaanse en de Germaanse wereld, en niet van één enkel koninkrijk.